MAC-Waarde 2010


Op 1 april 2010 is de MAC-waarde (maximaal aanvaarde concentratie) voor blootstelling aan lasrook van 3,5 mg per kubieke meter vervangen door een zogenoemde grenswaarde van 1 mg.

Dit is de maximale hoeveelheid lasrook waaraan lassers en overige werknemers mogen worden blootgesteld. De arbeidsinspectie controleert vanaf april 2010 op deze nieuwe waarde.


Lasrook afzuigen volgens de Praktijkrichtlijn

Om blootstelling aan lasrook te voorkomen, kan een

bedrijf vier stappen maken (in deze volgorde):

 

1. aanpak bron, bijvoorbeeld ander lasprocédé of andere

    verbindingstechniek;

 

2. afzuiging en ventilatie, bijvoorbeeld ventilatie in combinatie

    met bronafzuiging;

 

3. afscherming of luchtsturing, denk aan lascabines

 

4. persoonsgebonden beschermingsmiddelen zoals

    maskers en overdrukhelmen.

 

De overheid besteedt veel aandacht aan de kwaliteit van de binnenlucht. Zo worden de arbeidsomstandigheden gecontroleerd door  de Arbeidsinspectie. Ook de eisen op het gebied van bestrijding van binnenluchtvervuilingen worden steeds strenger. Het afzuigen van lasrook, lasdamp(en) en stoffen die vrijkomen bij industriële processen kan zeer effectief middels lasrookafzuiging. Om de blootstelling aan lasrook, lasdamp(en) en andere stoffen zoveel mogelijk te beperken moet de ingeademde lasrookconcentratie zover mogelijk onder de grenswaarde te blijven. De Praktijkrichtlijn Lasrook, spreekt van doeltreffende maatregelen bij blootstelling aan industriële stoffen, lasrook of lasdamp(en). Bovendien hanteert de Praktijkrichtlijn Lasrook een grenswaarde ( MAC-Waarde ) voor de mate van blootstelling aan lasrook of lasdamp(en).

 

Wij bieden de volgende oplossingen voor Uw lasrook probleem:


 
Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM’s)

Geavanceerde bescherming van de luchtwegen.

Roestvaststaal, aluminium, gegalvaniseerd staal: stuk voor stuk zeer nuttige materialen, maar ook zonder uitzondering bijzonder slecht voor de gezondheid wanneer lasdampen vrijkomen.
De giftige lasdampen kunnen schade veroorzaken aan de longen, luchtwegen en het centrale zenuwstelsel.
Het kan vaak weken, maanden en soms zelfs jaren duren voor de ziekteverschijnselen zich openbaren.
Adequate ventilatie kan de werkplek een stuk veiliger maken, maar soms is zelfs dat niet genoeg.
De ademhalingsbeschermingssystemen bieden een beschermingsfactor van 50.
Wat inhoudt dat de lucht binnen de helm 50 keer schoner is dan die daarbuiten.
Zelfs lassers die werken in een omgeving die binnen "acceptabele" veiligheidsnormen valt, kunnen veel profijt ondervinden van deze vijftigvoudige toename van de bescherming.

 

 
 
     Lasrookafzuiging bij de bron

Lasdamp(en) en lasrook ontstaan op de locatie waar wordt gelast of gesneden: bij de bron. Om te voorkomen dat men deze schadelijke stoffen inademt, kan men het best zo dicht mogelijk bij de bron afzuigen. Dat kan op verschillende manieren, afhankelijk van de grootte van het werkstuk en de plek waar je aan het werk gaat. Lasrookafzuiging bij de bron kan zowel via stationaire apparatuur als met mobiele units.

 

 
  Ruimtelijke lasrookafzuiging

Lasrookafzuiging bij de bron haalt de meeste lasrook dichtbij het werkstuk uit de lucht. Bronafzuiging is niet altijd mogelijk. Daarnaast ontsnappen lasdamp(en) en lasrook die moeten op een andere manier worden verwijderd. In dat geval is de beste oplossing ruimtelijke lasrookafzuiging. De benodigde capaciteit van de ruimtelijke afzuiging is afhankelijk van verschillende factoren. De belangrijkste daarvan zijn de inschakelduur (de tijd dat de boog brandt ten opzichte van de totaal gewerkte tijd) en de toegepaste stroomsterkte. Ook het type lasproces en het materiaal waarmee gelast wordt zijn van belang om vast te stellen wat de benodigde capaciteit moet zijn van de ruimtelijke lasrookafzuiging.